← Naar de planner

Wanneer en waar je kunt surfen.
Per spot, voor jouw board.

noordzee.surf is de surfverwachting gemaakt voor de Nederlandse kust. Voor alle 36 spots rekent noordzee.surf uit welke uren werken en welk board past. De golven op open zee komen uit DWD GWAM. Vlak voor de kust nemen de kustgolfmodellen van Rijkswaterstaat (SWAN-Kuststrook) en Copernicus (1,5 km) het over. De wind komt uit het fijnmazige KNMI-model HARMONIE-AROME, aangevuld met DWD ICON. Het jaarlijks gemeten bodemprofiel van elk strand vertaalt de golven naar een surfhoogte op het strand; bij Hoek van Holland, Scheveningen en IJmuiden telt ook het havenhoofd mee. De kusthoek van elk strand bepaalt of de wind aflandig of aanlandig staat, en bij elke sessie zie je het getij. Hieronder lees je wat er in de verwachting zit en waar de grenzen liggen. De surfhoogte en het boardadvies zijn nog niet getoetst aan strandwaarnemingen; kleine golven en beschutte spots kunnen te gunstig uitvallen.

Condities aan het strand

Je ziet eerst het beeld voor vandaag en alle komende dagen, passend bij je board. Kies een dag om spots voor diezelfde dag te vergelijken. Aansluitende uren die bij een board passen, vormen samen één sessie per spot en dag. Bovenaan staan de sessies die het best passen, met de meest complete gegevens en het rustigste oppervlak; bij gelijkwaardige omstandigheden gaat dichtbij voor ver weg. Alleen lescondities tellen niet als vrije surfsessie. In de tijdlijn krijg je een nieuwe regel wanneer swell of wind duidelijk verandert. Een onderbreking zonder passend advies blijft zichtbaar. Het verloop kan ook per modeluur worden bekeken.

‘Model past’ betekent dat swell, periode, golfkracht en lokale wind volgens de rekenregels bij een board passen, met voldoende brongegevens en een clean of licht rimpelig oppervlak. Korte windzee telt minder mee dan echte swell. Het label ‘Lange swell · weinig wind’ markeert de sterkste van deze sessies. Een sessie die wel surf laat zien maar geen Go haalt, krijgt in de planner geen label. Behalve de strandhoogte kan ook de wind een Go uitsluiten: te veel aanlandige wind, te harde wind, een te kort bruikbaar windvenster of onvoldoende bekende wind. De planner noemt dan de reden: ‘Te klein’, ‘Te groot’, ‘Onshore’, ‘Te veel wind’, ‘Te kort’ of ‘Wind onbekend’, en ‘Geen Go’ als de uren van één sessie om verschillende redenen afvallen. Op de openbare pagina’s heet een voorwaardelijke boardbeoordeling ‘nog onzeker’. De labels zijn modelsignalen, geen kanspercentages of garantie op surf. ‘Clean’ beschrijft alleen het zeeoppervlak. Tijden zijn in het overzicht afgerond; de detailweergave toont de exacte bronintervallen zonder tussenliggende waarden te verzinnen.

Via de knop rechtsboven (je naam, of ‘Aanmelden’) kies je meters of feet voor golfhoogte, en knopen, Beaufort, meter per seconde of kilometer per uur voor wind. Je keuze blijft in je eigen browser bewaard en verandert alleen de weergave. Beaufort volgt de KNMI-schaal voor gemiddelde wind op 10 m hoogte. De windrichting staat ten opzichte van de kust: onshore, cross-onshore, sideshore, cross-offshore of offshore. Bij een richtingsverandering staat er ‘Draaiende wind’. Dit is lokale modelwind, geen gemeten wind of windstoot.

Surfhoogte: hoe hoog breekt het op het strand?

De dagkaarten, spots en tijdlijn tonen eerst de geschatte surfhoogte aan het strand: de golfhoogte waar de golven beginnen te breken, geen hoogte van een losse golf of set. noordzee.surf rekent die voor elk strand apart uit. De golven vlak voor de kust komen uit de kustmodellen van Rijkswaterstaat en Copernicus. Daarna rekent noordzee.surf ze door over het gemeten bodemprofiel van dat strand, met de zandbanken en de waterstand van dat moment. Swell en windzee tellen allebei mee, behalve bij aflandige wind (zie hieronder). Als de berekening slechts een deel van een sessie dekt, staan die uren erbij; de overige uren blijven onbekend. Offshore swell staat apart onder Forecastdetails.

Strandhoogte en boards. Is de geschatte surfhoogte duidelijk te klein of te groot voor een board, dan valt dat board af. Blijft er geen shortboard, fish of longboard over, dan is het geen ‘Model past’; de sessie blijft zichtbaar met de reden ‘Te klein’ of ‘Te groot’. Komt er bij aflandige wind te weinig swell richting strand voor een surfboard, dan is dat uur nooit ‘Model past’. Hetzelfde geldt voor een ruwe schatting achter de pier (zie achter de pier). Een onvolledige schatting zegt te weinig en telt niet mee: ze sluit geen board uit en bevestigt er ook geen. Een ontbrekende hoogte verandert niets, en de hoogte maakt nooit een board of sessie beter. Getijvoorkeuren markeren alleen het beste deel van een sessie (‘Beste tij’) en wegen licht mee in de volgorde; ze veranderen geen advies. De voorkeur is algemene spotkennis en de getijvoorspelling is astronomisch, zonder windopzet.

Bij een hoogte staat een bandbreedte. Die laat zien hoe gevoelig de schatting is voor het getij en voor de rekenkeuzes; het is geen gemeten foutmarge. De schatting beschrijft de buitenste bank die breekt; op een binnenbank kan de golf anders zijn, en losse sets zijn hoger.

De bodemprofielen zijn in 2025 door Rijkswaterstaat (JARKUS) gemeten; de meetdatum staat bij de spot. De zandbanken kunnen sindsdien zijn verschoven. Lokale stroming, strandhoofden en het precieze bankpatroon naast de meetlijn zitten niet in de berekening. Waar de gegevens niet volstaan, blijft de hoogte onbekend; een gat in de kustverwachting blijft een gat. Waar de kustmodellen niet reiken of het profiel onvolledig is, kan er een ruwere schatting staan, met het label ‘Ruwe schatting’.

Aflandige wind. Bij aflandige wind loopt de windzee van het strand af, terwijl er nog swell binnen kan komen. noordzee.surf bekijkt windzee en swell dan apart en telt alleen wat richting strand loopt. Wat van het strand af of te schuin langs de kust loopt, telt niet mee. Komt er niets binnen, dan staat er 0 m, behalve als een onderdeel van de verwachting ontbreekt: dat onderdeel kan juist binnenkomen, dus dan blijft de hoogte open. Swell die om een pier of langs een bocht in de kust naar binnen buigt, kan deze berekening niet volgen. Vooral bij swell uit het noorden kan het in het echt dus wat groter zijn dan de schatting. Lopen de golven te schuin op de kust om betrouwbaar door te rekenen, of ontbreekt te veel van de verwachting, dan blijft de hoogte open.

Bij Hoek van Holland, Scheveningen en IJmuiden zijn de havenhoofden in de berekening ingetekend, op luchtfoto’s van PDOK. Windbeschutting telt niet mee. Wijk aan Zee betreft het dorpsstrand, niet de hoek direct naast de Noordpier. Bij Monster, Ter Heijde, Kijkduin, Vogelwijk en Duindorp geldt de schatting voor het open strand; plaatselijke strekdammen zijn daarin niet doorgerekend. Bij Domburg en de Zandmotor, en bij vijf stranden waar het gemeten profiel onvolledig is (IJmuiden aan Zee, Hargen aan Zee, Texel Paal 9 en Paal 28 en Schiermonnikoog), staat een ruwe schatting. Strandhoofden, havenbeschutting en snel veranderende banken zitten daar niet in.

Achter de pier. Komen de golven van achter een havenhoofd, dan rekent noordzee.surf uit hoeveel swell er om de kop van de pier heen nog binnenkomt. Er staat dan een ruwe schatting met het label ‘Beschut achter de pier · ruwe schatting’. Weerkaatsing tegen de pier en stroming tellen niet mee. Scheelt de beschutting maar weinig, dan staat er een gewone schatting. Een beschutte schatting kan een board uitsluiten als de golven te klein of te groot zijn, net als de andere kustschattingen. Ze telt nog niet mee voor je persoonlijke Go. Ligt het strand diep in de luwte, dan is de berekening te onzeker en staat er geen getal: ‘Sterk beschut achter de pier’. Is het daar zeker te klein, dan staat er ‘te klein’ en is het uur geen Go; anders zegt de schatting niets over de boards, want bij een grote zee kan er toch surf staan. Bij IJmuiden aan Zee is het gemeten profiel onvolledig; de ruwe schatting daar houdt geen rekening met de beschutting van het havenhoofd.

De kustverwachting wordt op de achtergrond opgehaald; een trage of mislukte bron blokkeert het surfadvies niet.

Verder vooruit en eerdere verwachtingen

De kustmodellen reiken minder ver vooruit dan het golfmodel op zee. Voor latere uren kan noordzee.surf een ruwere strandhoogte afleiden uit de golven op zee; die uren heten ‘Ruwe schatting’. Valt een nieuwe swellrichting of golfmix buiten wat die schatting aankan, dan blijft de surfhoogte onbekend, ook als het advies wel een mogelijke sessie laat zien. De getoonde spreiding is geen statistisch betrouwbaarheidsinterval.

noordzee.surf bewaart elke uitgegeven verwachting zoals ze was, met de oorspronkelijke tijdstippen en bronnen. Zo kan ze later eerlijk worden vergeleken met wat er echt stond. Hoe vaak dat klopte, staat op Hoe goed klopt het? Deze weerdata bevat geen bezoekerslocaties. De site past zichzelf niet automatisch aan. Een andere modelvoorspelling of offshore boeimeting geldt niet als gemeten surfhoogte aan het strand.

Swell, periode en richting

Onder Forecastdetails staan de offshore swellhoogte, piekperiode (Tp) en de richting waar de swell vandaan komt. Deze waarden komen uit de swellcomponent van het DWD-golfmodel GWAM. Voor de eerstvolgende uren kan een geschikte meting van boei Eurogeul E13 een beperkte bijstelling geven; waar dat gebeurt, staat het bij de sessie. Het bereik loopt over het gekozen tijdslot; de richting is een gemiddelde over de tijd, zodat 350° en 10° samen noord opleveren. Bij ontbrekende uren of tegengestelde richtingen blijft de betreffende samenvatting onbekend.

Golven totaal en windzee staan apart: de totale zee is niet hetzelfde als de swellcomponent. De meetkaart hieronder is een andere bron: echte stationwaarnemingen kunnen een richting missen terwijl het model die wel voorspelt.

Offshore meetkaart

Gullfaks C en Sleipner A komen uit MET Norway SeKlima; A12, K13a en Eurogeul E13 uit RWS NOOS. De meetkaart haalt actuele waarnemingen op met hun eigen meettijd; de gekozen surfdag verandert die waarnemingen niet. Alleen Eurogeul E13 kan onder voorwaarden ook het advies voor de eerstvolgende uren beïnvloeden. Elke vijf minuten wordt gecontroleerd op nieuwe data. Elke locatie houdt zijn eigen meettijd; er is geen interpolatie tussen meetpunten.

Golfhoogte is de significante offshore hoogte (Hs of Hm0), geen individuele golf of brekende hoogte. MET rapporteert de gemiddelde periode, RWS de piekperiode; het detailpaneel maakt dat onderscheid. Ontbrekende waarden blijven onbekend. Metingen ouder dan drie uur zijn vervaagd en als verouderd gemarkeerd.

De ASCII-tekens worden groter bij meer golfhoogte, met ruimere afstand bij een langere periode. Een gemeten ‘uit’-richting wordt omgedraaid naar de bewegingsrichting: uit west loopt naar oost, op deze kaart van links naar rechts. Ontbreekt de gemeten richting, dan stuurt de DWD GWAM-richting op dat meetpunt voor het uur van de meting de animatie. ‘Richting · model’ in het detailpaneel maakt dit zichtbaar. De gemeten hoogte en periode blijven behouden. Zonder passende richting of bij een oude meting staat het patroon stil. De golven vervagen zacht aan het begin en einde van elke cyclus. De animatie is schematisch, geen golfbaan of aankomsttijd. Minder-beweging-instellingen worden gerespecteerd.

Getij en lokale timing

Rijkswaterstaat levert astronomische getijvoorspellingen. Voor de meeste stranden is er een bruikbare voorspelling; ontbreekt die, dan blijft het getij onbekend. Hoog- en laagwatertijden komen uit de officiële gebeurtenissenreeks. De opkomende en afgaande fasen helpen om het verloop te lezen.

Een getijstation is vaak een referentie voor een nabij strand, geen meting op de surfbank. De naam en afstand van dat station staan erbij. Waar een voldoende duidelijke lokale getijvoorkeur bekend is, markeert de planner de bijpassende delen van je sessie. Dat verandert de golfhoogte of boardgeschiktheid niet. De voorspelling bevat geen windopzet, lokale stroming of veranderingen van de zandbanken; hoog- of laagwater is geen voorspelling van de stroomrichting.

Wat boeimetingen aan het advies toevoegen

De meetkaart maakt twee controles apart zichtbaar. De modelcheck vergelijkt een meting met dezelfde modelrun op die plaats en voor dat uur. Verschillen in hoogte- of periodedefinitie blijven zichtbaar; een modelrichting telt niet als gemeten bevestiging.

Voor de gekozen sessie laat de planner daarnaast zien of de swell die een boei meet, qua richting en periode kan passen bij wat er aan de kust wordt verwacht. ‘Mogelijke aanvoer’ is een aanwijzing uit het model, geen gevolgde golfbaan of bevestigde aankomst. Bij een gemengde zee, ontbrekende gegevens of een onduidelijke verbinding blijft de koppeling onbekend. Een golfveld dat later nog door wind moet ontstaan, kan een boei vandaag nog niet bevestigen.

Een recente, geschikte meting van Eurogeul E13 kan de modelhoogte en daarmee het boardadvies voor Zuid-Holland voor de eerstvolgende uren voorzichtig bijstellen. Passen de meting en het model niet goed genoeg bij elkaar, of is de meting oud of onvolledig, dan blijft het oorspronkelijke model staan.

Deze bijstelling is experimenteel. Ze levert geen gemeten strandhoogte. De andere boeien blijven context: hun hoogte wordt niet rechtstreeks naar de Nederlandse surfspots gekopieerd.

Stranden en dichtbij zoeken

De selectie bevat 36 breaks. Spotinfo bevat algemene strand- en getijnotities; actuele getijtijden staan apart bij de sessie. Lokale verschillen, zoals de ZW-beschutting bij de pier van Hoek of het open strand bij Maasvlakte P6, verschijnen alleen waar zo’n notitie beschikbaar is. Voorwaardelijke notities tonen de uren waarvoor wind of swell erbij past. De herkomst en eventuele ongeijkte aanname staan erbij. Deze notities veranderen geen golfhoogte of rangschikking.

De verwachting houdt rekening met de kusthoek van elk strand, de richting van de swell en de lokale wind. Die wind komt uit het KNMI-model HARMONIE en uit DWD ICON. Het getoonde windbeeld is dezelfde wind als waarop het advies rust. Zonder modelwind bij een strand is er geen sessieadvies.

Bij het openen vraagt je browser om locatietoegang, tenzij je al een keuze hebt gemaakt. Met je toestemming berekent je browser de afstand tot de stranden en toont de kaart je positie met een blauwe stip. Via ‘Mijn locatie’ kun je die positie bijwerken. Je laatste locatie, zoekstraal en strand- en boardkeuze worden alleen in je eigen browser opgeslagen. Je locatie wordt niet naar de server van noordzee.surf gestuurd. Bij het openen probeert de planner de locatie bij te werken. Bij volgende bezoeken gebruikt de planner je opgeslagen selectie; standaard staat ‘In de regio’ met 25 km aan. Standaard zoekt de planner alle stranden binnen 25 km hemelsbreed rond je locatie; via de compacte filterregel open je de schuif en kies je 20 tot 150 km, in stappen van 5 km. Je kunt ook alle stranden of alleen je favorieten kiezen. Alleen wanneer er geen strand in de gekozen straal ligt, toont de planner de zes dichtstbijzijnde als uitweg. Eerst tellen bruikbaarheid, beschikbare modelgegevens en oppervlak; afstand volgt bij gelijkwaardige opties. In het eerste overzicht staan enkele verspreide spots. Via ‘Alle spots bekijken’ zie je de volledige selectie, inclusief naburige breaks. Afstand bepaalt het geografische zoekgebied, niet de bereikbaarheid. Afstanden zijn hemelsbreed, zonder wegennet, verkeer of veerboot. ‘Route & reistijd’ opent de strandbestemming in Google Maps; alleen de bestemming staat in de link. Er wordt geen reistijd geschat op basis van de hemelsbrede afstand.

Favorieten en meldingen

De strandkeuze is gegroepeerd per provincie. Met de ster naast een strand in de kiezer of het dagoverzicht bewaar je favoriete stranden in je browser. Onder ‘Favorieten’ kun je ook spots toevoegen die vandaag geen surf hebben. Je favorieten zijn een eigen selectie, onafhankelijk van de zoekstraal.

Pushmeldingen schakel je zelf in. Je kiest apart voor nieuwe sessies binnen 48 uur en een dagelijks ochtendoverzicht. Beide volgen je favoriete stranden en de boards die je onder Meldingen kiest: longboard, fish / egg, shortboard of een combinatie. De condities moeten voor minstens één gekozen board passen. Deze keuze staat los van het boardfilter waarmee je de forecast bekijkt. Zonder geselecteerde boards zijn meldingen gepauzeerd. Een melding over een nieuwe sessie vereist minimaal een uur condities die aan de strengere ‘Model past’-regel voldoen en complete swell- en windgegevens; het advies blijft voor alle stranden voorlopig. Een strand en surfdag worden per apparaat één keer aangekondigd. Het dagoverzicht staat daar los van en blijft neutraal als gegevens ontbreken.

Bij inschakelen worden het pushabonnement van je browser, je favoriete strand-ID’s en meldinginstellingen privé op de server bewaard. Je locatie wordt niet meegestuurd. Instellingen wijzigen werkt ook voor bestaande meldingen; ‘Uitschakelen’ stopt ze. Meldingen blijven aan tot je ze uitschakelt of de browser het abonnement beëindigt. Op iPhone en iPad moet je de site eerst via Safari aan je beginscherm toevoegen en daar openen.

Na een forecastcheck controleert noordzee.surf of er nieuwe sessies in beeld zijn. Ook als niemand de site opent is er de dagelijkse forecastcontrole. Het ochtendoverzicht draait dagelijks vanaf 06:00 UTC, binnen dat uur: tussen 08:00 en 09:00 in de zomer, tussen 07:00 en 08:00 in de winter. Dit is geen permanente realtime monitor.

Actueel wanneer je kijkt

Bij een bezoek zie je meteen de laatst geslaagde forecast. Op de achtergrond controleert noordzee.surf ongeveer elk halfuur of er nieuwe golf- of windmodellen beschikbaar zijn. Nieuwe modeldata levert een nieuwe berekening op; ongewijzigde data wordt hergebruikt. Dit zijn vaste rekenregels, zonder AI. Een open tabblad controleert elke vijf minuten op een nieuwe uitgifte.

Een dagelijkse controle om 04:00 UTC blijft als vangnet. De uitgiftedatum toont de werkelijk geslaagde berekening. De forecast loopt tot het laatste aaneengesloten uur waarvoor zowel golf- als winddata beschikbaar is; die eindtijd staat onderaan. Bij een mislukte update blijft de vorige forecast staan. Na 30 uur verschijnt een melding; een verlopen forecast geeft geen toekomstige sessies.

Een opgeslagen offline kopie wordt expliciet gemarkeerd. De offshore meetkaart actualiseert onafhankelijk en kan dus recentere data tonen dan de modelrun. Een E13-bijstelling vermeldt de gebruikte meettijd apart.

Golf- en waterstanddata: Generated using E.U. Copernicus Marine Service Information; doi.org/10.48670/moi-00055, doi.org/10.48670/moi-00054. Weather data by Open-Meteo.com, met modellen van KNMI en DWD. Metingen en profielen: Rijkswaterstaat en MET Norway. Luchtfoto’s: PDOK. Kaart: Natural Earth.

Lokale spotkennis en ontbrekende kustdata

De spotpagina’s beschrijven per spot bij welke wind, swell en getij het werkt. Die kennis is kwalitatief: ze stuurt geen drempels, rangorde of hoogteberekening in de verwachting. Zandbanken verschuiven na stormen en suppleties, dus het beste getij kan per seizoen verschillen.

Als er geen bruikbare kustbron is, kan een publicatie wel wind en offshore golven bevatten terwijl de surfhoogte onbekend blijft. Dat wordt uitdrukkelijk gemeld. Een geslaagde broncontrole hoeft de uitgiftetijd niet te veranderen als dezelfde forecast wordt hergebruikt. Offshore hoogte vervangt de ontbrekende strandhoogte niet.

Spots, uitleg en bronnen

Bekijk de verwachting voor vandaag en morgen, de 26 gidsen voor 36 spots en de twaalf uitlegpagina’s. De bronnenpagina onderscheidt modellen en metingen. Vragen en correcties over noordzee.surf kunnen naar max@noordzee.surf.

Redactioneel bijgewerkt: . Publicatie, modelinitialisatie, meettijd, ophaaltijd en geldig tijdvak blijven afzonderlijk. Een latere meting kan een nieuwe compositie beïnvloeden, maar verandert geen oorspronkelijke gearchiveerde forecast.