noordzee.

De Nederlandse kust

Waar komt de surfverwachting vandaan?

noordzee.surf bouwt de surfverwachting op Nederlandse kustdata: kustgolven uit het SWAN-Kuststrookmodel van Rijkswaterstaat en het golfmodel van Copernicus, wind uit het KNMI-model HARMONIE, de astronomische getijverwachting en de jaarlijks gemeten strandprofielen van Rijkswaterstaat. De golven op open zee komen uit het golfmodel van de Duitse weerdienst DWD. Modellen beschrijven wat er komt, boeimetingen gebruik je om te vergelijken en lokale spotkennis vertaalt het naar een strand. Hieronder staat per bron wat ze levert en hoe je de waarden leest.

Welke bron levert welke waarde?

BronWat levert het?Zo lees je het
DWD GWAMGolven op zee: swell en windzeeSignificante modelhoogte en perioden per component; golven op zee, niet de branding
KNMI HARMONIEFijnmazige wind aan de kustGemiddelde modelwind; windstoten en wind op het strand zelf kunnen afwijken
DWD ICONWind, als aanvulling op HARMONIEAnder model; ook dit is modelwind, geen meting
RWS SWAN KuststrookGolven en waterstand vlak voor de kustHm0 en energieperiode Tm−1,0; dat is een andere periode dan de piekperiode Tp
Copernicus Marine Northwest Shelf WavesKustgolven, windzee en swellcomponentenHoogte, periode en richting, ook apart voor windzee en swell
RWS getijAstronomisch getij: hoog- en laagwaterZonder windopzet; voorspelt geen stroming
RWS JARKUSJaarlijks gemeten strand- en bodemprofielenDe bodem op de meetdatum; zandbanken verschuiven daarna

Waterstanden komen ook uit Copernicus: Northwest Shelf Ocean Physics. Voor de surfhoogte op een strand zijn golven, waterstand en een gemeten strandprofiel samen nodig. Ontbreekt de kustinvoer, dan blijven wind en golven op zee zichtbaar en staat er soms een apart gelabelde ruwe schatting; anders staat de surfhoogte op onbekend. De bandbreedte bij een hoogte is geen gemeten nauwkeurigheid.

Voor elk strand gebruikt de verwachting de modelwind voor dat stuk kust. Dat blijft een modelverwachting, geen meting. De surfspotpagina’s tonen vandaag en morgen; in de planner kijk je verder vooruit.

Hoogte, periode en richting

Hm0 is de significante golfhoogte uit het golfspectrum: ongeveer het gemiddelde van het hoogste derde deel van de golven. Losse golven kunnen hoger zijn. Tp is de piekperiode, de periode met de meeste energie. Gemiddelde perioden zoals Tm−1,0 worden anders berekend en zijn meestal korter dan Tp, dus vergelijk ze niet één op één. Richtingen geven aan waar golven en wind vandaan komen: noordwestswell komt uit het noordwesten.

Meer uitleg staat in de gidsen over golfhoogte en golfperiode. Wat de verwachting wel en niet meeneemt, staat in de methode.

Boeien en meetstations

Boeien en meetpalen meten op hun eigen plek, met hun eigen sensor en periodedefinitie. Op de meetkaart gebruikt Rijkswaterstaat een piekperiode en het MET-station een gemiddelde periode. Een boei op zee meet de golven daar, niet de branding op een strand. Gebruik een meting om te zien of de verwachting op zee klopt; de uitleg van boeimeting naar strand laat zien hoe.

Welke tijd hoort bij de informatie?

TijdstipBetekenisLet op
UitgifteWanneer noordzee.surf deze verwachting samensteldeNiet hetzelfde als de laatste controle op nieuwe data
ModelinitialisatieStarttijd van de gebruikte modelrunNiet het uur waarvoor een waarde geldt
Geldig tijdvakHet uur of tijdvak waar de verwachting over gaatGeen meettijd
MeettijdWanneer een boei of station matNiet wanneer de meting binnenkwam
OphaaltijdWanneer de gegevens zijn opgehaaldZegt niet hoe vers de gegevens toen waren
BeschikbaarheidWanneer gegevens bruikbaar waren voor een volgende berekeningEen latere meting verandert een eerdere verwachting niet

Alle tijden staan in Nederlandse tijd (Europe/Amsterdam), met machineleesbare tijdstippen inclusief tijdzone. Een eerder uitgegeven verwachting blijft bewaard zoals ze was; nieuwe metingen tellen mee in de volgende uitgifte. Het uitgewerkte voorbeeld laat uitgifte, modelrun en geldig tijdvak naast elkaar zien.

Kustoriëntatie

Elk strand heeft in noordzee.surf een vaste zeewaartse richting: de kompasrichting van het strand naar zee. Wind uit die richting is aanlandig, wind uit de tegenovergestelde richting aflandig. Zo bepaalt de verwachting of de wind bij een strand aflandig, sideshore of aanlandig staat. Het is een vereenvoudiging van de kustlijn; een bocht, duinopening of havenhoofd kan de wind plaatselijk anders laten waaien.

StrandKust kijkt naarWat betekent dat?
ZandvoortWestnoordwestZuidenwind staat schuin op de kust, niet recht aflandig
Ameland NesNoordZuidenwind is recht aflandig
Texel Paal 9WestzuidwestDe kust kijkt zuidelijker dan noordelijker op Texel
Texel Paal 17West tot westnoordwestDezelfde wind staat hier anders op de kust dan bij Paal 9

De windgids werkt dit verder uit.

Lokale spotkennis

De beschrijvingen per surfspot combineren algemene lokale surfkennis met openbare kustinformatie: luchtbeelden van PDOK, de jaarlijkse JARKUS-metingen van Rijkswaterstaat en informatie van gemeenten. Zandbanken verschuiven na stormen en zandsuppleties, dus het beste getij of de beste plek kan per seizoen verschillen. De verwachting en de spotbeschrijving vullen elkaar aan: de eerste vertelt wat er komt, de tweede hoe een strand daarop reageert.

Naamsvermelding

Golf- en waterstanddata: Generated using E.U. Copernicus Marine Service Information; doi.org/10.48670/moi-00055 (golven) en doi.org/10.48670/moi-00054 (waterstand). De modellen van het KNMI (HARMONIE) en de DWD (GWAM en ICON) komen via Weather data by Open-Meteo.com, onder CC BY 4.0. Rijkswaterstaat levert SWAN-Kuststrook, het getij, de JARKUS-profielen en de Nederlandse boeimetingen, MET Norway de metingen bij Gullfaks en Sleipner en PDOK de luchtfoto’s.

Een fout melden

Klopt een waarde of beschrijving niet? Mail max@noordzee.surf met de pagina, het strand, de datum en wat je zag of waar je het op baseert. Onbekende gegevens worden nooit als nul ingevuld. Een correctie leidt tot een nieuwe versie van de pagina of de verwachting; eerdere verwachtingen blijven bewaard zoals ze waren uitgegeven.