Een pier of havenhoofd geeft luwte: aan de beschutte kant is de wind zwakker en het water gladder. Maar dezelfde dam houdt ook golven tegen. De beste plek bij harde wind ligt daarom vaak net naast de diepste luwte: beschut genoeg tegen de wind, open genoeg voor de swell. Zo worden de havenhoofden van Scheveningen, Hoek van Holland, IJmuiden en Wijk aan Zee de vaste uitwijkplekken op stormachtige dagen.
Welk havenhoofd bij welke wind?
| Spot | Beschut bij | Let op |
|---|---|---|
| Scheveningen Noord | Zuidwesten- tot westenwind | Mui bij het hoofd; bij noordenwind drift richting de blokken. |
| Scheveningen Zuid | Noorden- tot noordoostenwind | Rotsblokken en een mui langs de blokken. |
| Hoek van Holland, bij de pier | Harde zuidwestenwind, vooral bij lager water | Korte zuidwestswell komt hier ook minder binnen; muien bij het havenhoofd. |
| IJmuiden aan Zee | Noorden- tot noordnoordoostenwind | Het havenhoofd dempt ook grote noordswell; zoek meer hoogte verder van het hoofd. |
| Wijk aan Zee, bij de Noordpier | Zuidwestenwind, dicht bij de pier | Blokken, een uitgaande mui en drift richting het hoofd. |
Bij Wijk aan Zee geldt de verwachting van noordzee.surf voor het dorpsstrand, verder van de pier dan het beschutte hoekje.
Wat doet een havenhoofd met wind en golven?
| Effect | Wat gebeurt er? | Wat betekent het voor jou? |
|---|---|---|
| Windluwte | De wind is zwakker aan de beschutte kant | Gladder water, maar niet meer golven. |
| Afscherming | De dam houdt golven tegen | Diep in de luwte komt weinig swell binnen. |
| Buiging (diffractie) | Golven buigen om de kop van de dam | Hoe dieper je in de luwte zit, hoe kleiner de golven. |
| Reflectie | Golven kaatsen terug tegen de dam | Vlak bij het hoofd kunnen golven elkaar kruisen en rommelig worden. |
Deze processen staan beschreven in de SWAN-documentatie over obstakels.
Zo kies je bij harde wind
- Welke kant ligt in de luwte? Bij zuidwestenwind de noordkant van een havenhoofd, bij noordenwind de zuidkant.
- Waar komt de swell vandaan? Komt de swell uit dezelfde hoek als de wind, dan houdt de dam ook de golven tegen. Komt hij uit een andere richting, dan heb je kans op schone golven in de luwte.
- Hoe ver van het hoofd? Dicht bij het hoofd is het gladst maar het kleinst. Een paar honderd meter verder is het vaak groter, met meer wind.
- Vergelijk de stranden. Leg de verwachting van stranden op verschillende afstand van de pier naast elkaar.
Voorbeeld: drie stranden bij Hoek van Holland
Bij Hoek van Holland liggen Bij de pier, Boulevard en Rechtestraat op steeds grotere afstand van het noordelijke havenhoofd. Bij harde zuidwestenwind is het hoekje bij de pier het rustigst, maar komt korte zuidwestswell er ook het minst binnen. Rechtestraat ligt open: meer swell, maar ook de volle wind. Boulevard zit ertussenin. Welke van de drie het best is, verschilt per dag; daarom heeft elk strand een eigen verwachting.
De schets toont de ligging van de drie stranden ten opzichte van het havenhoofd. De pijlen zijn schematisch en geven geen berekende golfhoogte.
Muien en blokken
Langs havenhoofden staat vaak een uitgaande mui: water dat langs de dam terug naar zee stroomt. Bij wind of stroming richting de dam drijf je bovendien naar de blokken. Een glad, beschut oppervlak zegt niets over de stroming eronder. Peddel niet vlak naast de blokken uit, houd afstand van de dam en kijk eerst een paar minuten hoe het water beweegt.
Zo rekent noordzee.surf achter de pier
Bij Hoek van Holland, Scheveningen en IJmuiden zijn de havenhoofden in de berekening ingetekend. Komen de golven van achter het hoofd, dan staat er een ruwe schatting met het label ‘Beschut achter de pier · ruwe schatting’. Ligt het strand diep in de luwte, dan is de berekening te onzeker en staat er geen getal maar ‘Sterk beschut achter de pier’. Lees een berekende bovengrens nooit als verwachte surfhoogte. De details staan in de methode.
Lees ook windrichting, swellrichting en onzekerheid.