Swellrichting is de richting waar de golven vandaan komen. Voor de Nederlandse kust komt de beste swell uit het noordwesten tot het noorden: in die richting heeft de wind de meeste ruimte om golven op te bouwen, over de hele Noordzee tot in de Noorse Zee. Zuidwestswell is meestal korte windswell die met zuidwestenwind meekomt. Of een strand de swell vangt, hangt af van de kant waar het naartoe kijkt en van wat er tussen zee en strand ligt.
Hoe lees je de swellrichting?
De richting is altijd waar de golven vandaan komen, in graden op het kompas. Noordswell komt uit het noorden en loopt naar het zuiden; 315° is noordwest.
| Swell uit | Graden | Loopt naar |
|---|---|---|
| Noord | 0° of 360° | Zuid |
| Noordwest | 315° | Zuidoost |
| West | 270° | Oost |
| Zuidwest | 225° | Noordoost |
| Zuid | 180° | Noord |
Let op welke richting je leest: die van de swell, van de windzee of van de totale zee. Ze kunnen flink verschillen. De DWD-legenda beschrijft de richtingsvelden per golfcomponent.
Welke swell werkt waar?
| Swell uit | Wat is het meestal? | Waar werkt het? |
|---|---|---|
| Noord tot noordwest | De klassieke Noordzeeswell, vaak met de langste periode | Vrijwel de hele kust: de Hollandse stranden, Texel en de noordstranden van de Waddeneilanden |
| West | Swell recht op de Hollandse kust | Open stranden zoals Zandvoort en Noordwijk, en Domburg |
| Zuidwest | Korte windswell, meestal met zuidwestenwind | In de luwte van een havenhoofd, zoals Scheveningen Noord; in Domburg rond laagwater |
| Zuid | Minder vaak, vooral na een zuidelijke storm | Texel De Koog en Egmond aan Zee, beide bij afgaand water |
De Waddeneilanden vangen vooral noordswell. Zuid- en zuidwestswell komen daar nauwelijks rond het eiland, behalve bij storm.
Waarom vangt het ene strand meer swell dan het andere?
Een strand vangt de meeste swell als de golven er recht op af komen. Het Hollandse strand kijkt naar het westnoordwesten, dus noordwestswell valt er frontaal op. De noordstranden van Ameland en Schiermonnikoog kijken pal noord: daar komt noordswell het best binnen en westswell schuin.
Op Texel draait de kust onderweg: van west bij Paal 9 tot noordwest bij Paal 28. Daardoor vangen vijf stranden op één eiland dezelfde swell net anders. Bij een havenhoofd speelt nog iets: een golf kan de open kust bereiken en toch niet tot in het pierhoekje komen. Lees daarover meer bij pieren en beschutting.
Waarom draait swell richting de kust?
Golven lopen langzamer in ondiep water. Komt een golf schuin op de kust af, dan remt het deel dat het eerst ondiep water raakt af, en draait de golf richting het strand. Dat heet refractie. Daardoor breekt een golf vaak rechter op het strand dan de richting op zee doet vermoeden. Hoe precies een model dat uitrekent, hangt af van het rekenrooster; SWAN beschrijft die beperking. De richting op zee is dus niet exact de hoek waaronder een golf op een bank breekt.
Waarom kun je swellrichtingen niet zomaar middelen?
Richtingen liggen op een cirkel. Neem twee even sterke swells uit 350° en 10°: allebei bijna noord. Het gewone gemiddelde is 180°, pal zuid, en dat klopt dus niet. Staan er twee swells uit heel verschillende richtingen, dan zegt ook een correct berekend gemiddelde weinig. Kijk daarom naar de afzonderlijke golfcomponenten in de verwachting.
Vuistregels voor de Noordzee
- Noord- tot noordwestswell is de beste swell voor de Nederlandse kust en werkt bijna overal.
- Zuidwestswell komt meestal samen met zuidwestenwind; zoek dan de luwte van een havenhoofd op.
- De Waddeneilanden willen noordswell; zuidwestswell komt daar nauwelijks binnen.
- Hoe groter de hoek tussen swell en strand, hoe kleiner de golven aan de kant.
- Swell en wind horen bij elkaar: lees de swellrichting altijd naast de windrichting.
Lees ook swell en windzee en golfperiode om te zien hoe krachtig de swell is.